Vrij opvoeden

In de vorige blog kon je lezen hoe mama Manon de zwangerschap en geboorte van haar kinderen heeft aangepakt en beleefd. In deze blog lees je meer over hoe zij en haar partner de opvoeding aanpakken. Manon kiest ervoor om haar kinderen heel erg te volgen in de opvoeding als het bijvoorbeeld aankomt op slapen, spelen en borstvoeding. Niet vanuit een methode, maar vanuit aansluiten bij wat er op dat moment nodig is.

Naast Joost (3 maanden), mag ook Fleur van 3 (de oudste) nog steeds aan de borst drinken bij Manon. De buitenwereld vindt dit niet altijd ‘normaal’.

“Ik heb me hier eigenlijk niet eens echt in verdiept. Ik wist wel dat ik borstvoeding wilde geven, maar bij Fleur ging dat niet echt vanzelf; we hebben 6 weken lopen knoeien. Toch was er voor mij geen alternatief, dat moest gewoon gebeuren. Ik wist wel dat er een lactatiekundige bestond, dus die hebben we ingeschakeld. Soms hoor je wel eens dat mensen een plan hebben om 6 maanden borstvoeding te geven, of een jaar… Dat had ik niet, maar ik had ook niet verwacht van te voren dat ik zó lang borstvoeding zou geven. Fleur drinkt elke dag nog wel een keer of 5, maar het wisselt nog wel eens. Rond de geboorte van Joost is ze heel veel gaan ‘drinken’, ook al had ik geen melk. Gewoon, voor de gezelligheid ofzo. Toen Joost net geboren was heeft ze zo veel gedronken dat ze een paar weken ook geen vast voedsel nodig had. Toen ze 2 was zijn we wel van de nachtvoedingen af gegaan, dat hebben we toen ook wel gestimuleerd. Vaak als ze meer komt drinken merk ik kort daarna dat er een virusje heerst ofzo. Wie weet doet ze het wel voor de antistoffen die in de melk zitten. Daarnaast is Fleur een meisje dat heel veel nabijheid nodig heeft. We hebben hier niet eens heel bewust voor gekozen, maar ik volg haar gewoon.”

Manon vertelt dat Fleur sinds 3 weken zelf in bed in slaap valt.

“Daarvoor viel ze bij mij op schoot, al drinkend, in slaap. Hierin hebben we haar ook gewoon gevolgd. Soms vroegen we wel eens of ze niet in bed wilde liggen, en soms wilde ze dat ook wel, maar dan bleef ze toch wat onrustig heen en weer lopen. Tot nu! Ineens was ze er klaar voor. Ik merk dat Joost in heel veel dingen nu al heel anders is, maar bij hem sluiten we ook gewoon aan bij wat hij nodig heeft.”

Joost begint wat te jammeren. Manon merkt dat zijn luier verschoond moet worden. Terwijl ze dit doet vertelt ze verder.

“Ze hebben samen hun eigen kamer, waar Fleur steeds vaker de hele nacht slaapt. Joost slaapt hier ’s ochtends zodat Fleur lekker lawaai kan maken in de woonkamer. ’S Nachts slaapt hij de hele nacht bij ons. Daar hebben we het hele ‘veilig samen slapen protocol’ voor gevolgd, haha! Ook daar kregen we op het consultatiebureau commentaar op. Ze vroegen of ik me bewust was van de risico’s van een wiegendood. Toen vroeg ik of ze op de hoogte waren van het feit dat wiegendood iets anders is dan verstikking. Je kunt op 100 gevaarlijke manieren samen slapen, het is wel heel belangrijk je daarin in te lezen en te snappen wat de risico’s zijn en waar je op moet letten. Een baby stikt makkelijk. We hebben nu geen dekbed meer, maar een deken. Geen gewoon kussen meer, maar een hard kussen. Ook ligt hij niet onder de deken, maar ernaast. Daarnaast hebben we ook netjes een co-sleeper naast ons bed staan, maar die fungeert nu als nachtkastje. Hij wil er namelijk niet in, hij wil gewoon lekker tegen mij aan liggen.”

Mensen vragen zich wel eens af of deze manier van opvoeden Manon niet belemmert.

“Zo voelt het helemaal niet. Die gedachte komt niet eens bij me op. Op zondag doe ik vaak iets voor mezelf, maar laatst had Joost last van buikkramp. Dan wil hij gewoon bij mij zijn, en niet bij zijn vader. Dan kan ik wel denken: “Ik had liever wat voor mezelf willen doen”, maar in de praktijk wil ik toch nog liever hem troosten op dat moment. Zo werkt het gewoon. Daarnaast draag ik hem vaak in de draagzak bij me. Zo kan ik gewoon doen wat ik wil doen en belemmert het me eigenlijk helemaal niet. Ik zit niet vast aan flestijden of slaaptijden; hij kan in de draagzak gewoon drinken en slapen. Ik ken ook geen enkel kind dat het niet fijn vindt om lekker tegen mama aan meedragen te worden. Overigens vindt hij de wagen ook prima hoor, dat vond Fleur dan weer niet.”

Tijdens de geboorte van Joost (in bad) was Fleur erbij. Manon en haar partner hebben haar hierop voorbereid met filmpjes, en hebben haar de keuze gelaten of ze erbij was, of naar oma wilde gaan (op ieder gewenst moment).

“Als ik aan haar vraag hoe het ging toen Joost geboren werd, zegt ze: ‘Mama lag te slapen in bad, en toen kwam Joost eruit.’ Ze heeft op een krukje staan kijken, dus zij had het beste zicht op hem van iedereen. Dat wist ik op dat moment niet, ik zat natuurlijk in mijn eigen bubbel. Tijdens de persweeën was ze een filmpje aan het kijken. Ik maakte natuurlijk geluid, waarop ze naar me toe kwam om te vragen of ik alsjeblieft even stil wilde zijn omdat ze haar filmpje niet kon horen, haha! Fleur heeft het wel beleefd als iets leuks, zegt ze. Vooral het moment dat ze bij mij in bad mocht toen Joost er eenmaal was. Zij mocht kijken of het een jongetje of meisje was. Ze wilde heel graag een zusje, maar het eerste wat ze zei toen ze erachter kwam dat ze een broertje had gekregen, was: ‘Ik hou van broertjes’.”

Omdat Fleur nog steeds drinkt bij Manon, had ze in eerste instantie met haar de afspraak gemaakt dat Joost voorrang zou krijgen als het aankomt op drinken.

“Uiteindelijk was dat niet eens nodig. Ik had zo veel melk dat het te veel was voor Joost, dus ze kon lekker drinken. Het lukte me ook meteen aardig goed om ze samen te laten drinken. Ik merk wel dat sommige mensen het lastig vinden als ik voed waar ze bij zijn. Dat respecteer ik gewoon hoor, dan ga ik wel ergens anders zitten. Maar in mijn eigen huis doe ik mijn eigen ding! Verder hoor ik mensen weinig over onze manier van opvoeden. Dat komt denk ik ook omdat we zo zeker zijn van wat we doen en dat we echt achter onze manier staan en deze onderbouwen. Ik ben vooral degene die het allemaal uitzoekt, maar ik en mijn partner denken over veel dingen echt hetzelfde. Dat is erg fijn. Voor hem is het wel eens lastig dat ze zo aan mij hangen, in verband met de borstvoeding. Vooral bij Fleur; toen ze kleiner was kon hij helemaal niets met haar. Toch ziet hij zo ontzettend de meerwaarde van de borstvoeding in, dat hij dat voor lief neemt. Dan moet je als vader best wel sterk in je schoenen staan, want als een baby liever bij mama is dan bij jou kan dat ook onzekerheid veroorzaken bij een kersverse vader. Met Joost merkt hij het nu ook. Ik heb 9 maanden voorsprong, dus zeker in het begin heeft een vader wel echt een andere band met een kind dan de moeder. Het hoort erbij, en het trekt ook wel bij naarmate ze ouder worden en minder afhankelijk zijn van de borstvoeding.”

Op Manon haar ‘vrije’ manier van opvoeden komt nog wel eens kritiek vanuit de maatschappij. Het stellen van grenzen bij kinderen blijft een discussiepunt. Men is bang dat kinderen hun ouders manipuleren als je bij ze aansluit en ze volgt.

“Ik weet zeker dat mensen dat over Fleur hebben gedacht. Maar nu blijkt toch wel dat het tegendeel waar is. Fleur heeft heel erg de nabijheid en veiligheid nodig. Knuffels, aandacht, vertrouwen… De eerste maanden voelde het echt alsof die navelstreng nog niet doorgeknipt was. Ze heeft gewoon veel tijd nodig, en daar sluiten we bij aan. Als zij op een andere manier was opgevoed was ze denk ik echt een huilbaby geweest. Het valt me altijd op dat ze vanuit zich zelf best onzeker en kwetsbaar is. Zo had ik laatst een verjaardagstaart voor haar gemaakt. Ze vond het geweldig, en leefde echt naar het feestje toe. Maar hoe dichterbij het moment kwam dat de visite zou komen, hoe onzekerder ze werd. ‘Mam, wat als ze de taart niet mooi vinden?’ Daarnaast is ze wel heel trots op zichzelf, en zeker van bepaalde dingen. Ze kan echt vol vertrouwen zeggen ’Ik ben echt het mooiste meisje van de hele wereld!’, en dat dan ook echt menen. Ik ben ervan overtuigd dat dat door onze opvoeding komt. Met carnaval waren we bijvoorbeeld in de stad, en wilde ze met een ander kindje op een bankje vooraan gaan kijken. Ik vond dat heel stoer van haar. Het werd op een gegeven moment even spannend, en dan weet ze ook dat ik voor haar klaar sta om haar weer die nabijheid en veiligheid te bieden, zonder dat ze dan in paniek hoeft te raken. Kinderen worden tegenwoordig vaak gepusht om dingen zelf te doen en zelfstandig te zijn, maar hierbij wordt veiligheid en geborgenheid soms vergeten. Het beeld heerst dat dat kinderen ‘soft’ en verwend maakt, maar het tegendeel is juist waar. De grens tussen verwennen en aansluiten lijkt soms wat onduidelijk, maar het verschil zit hem in ‘wat je nodig hebt’ vs. ‘wat je wil’. In levensbehoeftes zoals veiligheid en nabijheid kun je een kind eigenlijk niet verwennen. Vaak zijn ‘spullen die een kind wil’ een compensatie of opvulling voor ‘quality time’: ècht contact en èchte nabijheid/veiligheid. Dit mist helaas nog wel eens in onze drukke maatschappij. Als Fleur komt vragen of ik, terwijl ik met het huishouden bezig ben, even met haar mee wil spelen, dan doe ik dat. Dan vouw ik die was maar later op. Dat soort momenten zijn waardevol, niet alleen voor haar, maar ook voor mij. Bepaalde kaders en grenzen volgen eigenlijk vanzelf wel, als je aansluit bij je kind. Bij het eten zijn we bijvoorbeeld iets strenger, omdat we het belangrijk vinden dat ze bepaalde dingen binnen krijgt. Ze wil zelf niet altijd alles proberen, dus daar passen we een wat meer klassieke opvoedstijl toe, met ‘omkopen’ enzo. ‘Als je dit probeert, dan mag je daarna wat lekkers eten’, dat soort dingen. Ik volg niet één bepaalde methode; Ik haal veel uit het onvoorwaardelijk ouderschap en het natuurlijk ouderschap, maar zo’n ‘chantagemiddel’ hoort daar absoluut niet bij. Toch doen we dit, omdat we dat nodig vinden op dat moment. Op deze manier opvoeden kost natuurlijk ook wel wat, want je staat gewoon altijd klaar voor je kind. Je moet je daar wel op toe willen leggen. Daarnaast moet je ook jezelf niet vergeten, maar bij mij is dit een geïntegreerd geheel dat vanzelf ontstaat. Het is niet zo dat ik alleen voor mezelf kan zorgen als de kinderen ergens anders zijn. Zij horen nu bij mij, en ik zorg voor mezelf terwijl ik voor hun zorg. Joost mag dus gewoon lekker mee naar de paarden in de draagzak. Het ligt ook wel aan hoe je in elkaar zit, hoor. Sommige moeders vinden het heerlijk om een avond in de week te gaan sporten, maar ook dat is vaak wel te realiseren. Je moet dan gewoon tijd creëren. Sommige vrouwen kunnen er niet tegen als hun huis een rommeltje is, maar dat heb ik niet. Ik maak me daar niet zo druk om. Dat komt dan wel weer een keer.”

Als Manon haar verlof is afgelopen (hier neemt ze echt de tijd voor) gaat ze weer aan het werk. Haar (schoon)ouders helpen bij de opvang van de kinderen. Zo kan Manon haar eigen ding doen, en toch mooi blijven aansluiten bij wat haar kinderen nodig hebben. Mee in de ‘flow’!

Tekst door Anne den Otter

NOTE: vanwege privacy redenen zijn de namen geanonimiseerd  en is gekozen voor een andere afbeelding

 

Share This